Categories
Berichten @NL

Een boodschap die het leven vult

Bestuur van Kwa Sizabantu reageert met tegenzin op kritische getuigenissen

Door J. M. D. de Heer

MIDDELSTUM – De verontruste verklaringen over de Kwa Sizabantu Zending (KSB) heeft hij niet gelezen, de voorzitter van KSB Nederland. “Ik hoef dat allemaal niet te weten”, zegt A. Pilon. Secretaris drs. J. W. Th. Mout las ze wel. “Het heeft me geen moment geschokt. De belangrijkste toets is, denk ik, om zelf op Kwa Sizabantu te gaan kijken.”

KSB Nederland heeft een bestand met zo’n 3000 adressen; de zondagse samenkomsten in Zeist worden door zo’n 100 mensen bezocht. KSB-oprichter Erlo Stegen en zijn broer Friedel zijn reeds diverse malen in ons land op tournee geweest. Oud gereformeerden tot leden van pinkstergemeenten bezochten de conferenties.

Drs. Mout is hervormd en gaat regelmatig voor. Pilon was gereformeerd, maar is nu niet meer bij een kerkgenootschap aangesloten. “Af en toe bezoek ik diensten, net waar ik me thuisvoel.”

De stichting beschouwt de samenkomsten in Zeist overigens niet als kerkdiensten. “We zijn”, zegt Mout, “een zendingsgenootschap dat geen kerkstichtend doel heeft, maar als impuls wil dienen richting de kerken.”

Is zending niet juist een kerkelijke activiteit, waarbij je aan de zendende kerk verantwoording aflegt? Mout: “Het is de taak van elke christen. Wij zijn een onafhankelijke interkerkelijke organisatie. Dat geeft juist geweldige mogelijkheden.” En de verantwoording? “We zijn onafhankelijk, kennen geen structuur om rekenschap af te leggen. Natuurlijk staan we wel in nauw contact met KSB Zuid-Afrika.”

Aantrekkelijk

“De boodschap van Erlo Stegen is aantrekkelijk”, vindt Mout, “omdat ze eenvoudig, krachtig en praktisch is. Ze vult je hele leven in.” Als Utrechts theologiestudent bezocht hij een conferentie van Stegen in Frankrijk. “Toen voelde ik duidelijk Gods heiligheid in mijn leven. De spiegel werd me voorgehouden, ik voelde dat mijn hele leven fout zat. Een van de broeders heb ik om raad gevraagd. Hij heeft met me gebeden en me naar de Heere Jezus verwezen.”

Jan Willem beleed zijn zonden in concreto. “Ik kon niets anders, ik moest ervan af. En dat gebeurde niet zolang ik in stilte voor God mijn zonden beleed.”

Pilon: “Met zo’n concrete belijdenis is de opwekking in Zuid-Afrika begonnen. Honderden zoeloes, ook tovenaars, kwamen bij Erlo om hun zonden te belijden. Je moet er alleen geen systeem van maken. Dan werkt het niet.”

In “Opwekking begint bij jezelf” schrijft Erlo Stegen dat als de Geest van God levend is mensen nergens rust vinden. Letterlijk: “Mensen vinden geen rust totdat zij hun geestelijke onreinheid aan het licht hebben gebracht en zij in een pastoraal gesprek hun zonden bij name hebben genoemd. Een algemene belijdenis van zonden is in een dergelijke situatie volstrekt zinloos.” Dit lijkt wel op een georganiseerd systeem van zielzorg.

Pilon: “Stegen beschrijft wat hij in Zuid-Afrika heeft ervaren en nog ervaart.”

Mout: “Ik zeg daar amen op. Vergelijk het met de boeteprediking van Johannes de Doper, waarop mensen hun zonden beleden.”

Kiespijn

“Als je”, zegt Mout, “in de binnenkamer je zonden belijdt en je komt ervan vrij, zou ik zeggen: Dank God.”

Pilon: “Het zou grote onzin zijn te zeggen dat wie niet naar de zielzorger gaan om zijn zonden te belijden, niet zalig wordt. Maar soms kan het goed zijn dat je met je zonden naar een man Gods gaat die autoriteit heeft. Je belijdt hém niet je zonden, maar samen met hem aan de Heere God. Mensen krijgen dan vaak de ervaring dat God hun zonden vergeeft.”

Mout belijdt regelmatig concreet zijn zonden. “Dat doe ik als de Heere me ervan overtuigt.” Belijden bij een willekeurig iemand? “Daar ben ik heel voorzichtig in.”

Pilon: “Je bent wel volkomen vrij naar wie je gaat. Aan de andere kant ga je met kiespijn niet naar iemand die het ook heeft. Hoe kan een blinde een blinde helpen?”

Er zijn aangestelde zielzorgers? Pilon: “Niet in organisatorische zin, als zouden ze aangesteld zijn. Maar er zijn wel mensen met geestelijke autoriteit, die ook bewezen hebben trouw te zijn. Laten we er duidelijk in zijn. Goede pastorale zorg hoort thuis bij hen die daarop berekend zijn.”

Mout: “Er is een aantal medewerkers die dat doen.”

Dus toch aangesteld?

Pilon: “Ja, kijk, laat ik het zo stellen, dat moeten mensen zijn die een sterk geloof hebben. Je kunt dingen te weten komen waarvan je staat te duizelen.”

Die zonden kunnen in je eigen hart mee opborrelen, zeker als ze in concreto beleden worden.

Pilon: “Dat kan zijn, maar wij mogen er ook weer mee tot God gaan, wij mogen het afgeven bij het kruis.”

Mout: “Anders bezwijk je eronder.”

Ondertussen geldt er wel een “absolute zwijgplicht” voor zielzorgers, zeggen de twee bestuursleden. Mout: “Als je merkt dat een zielzorger met anderen over je zonden spreekt, zou ik zeggen: Ga daar nooit meer heen.”

Niet reageren

Juist op de zielzorg van Kwa Sizabantu richten zich veel pijlen van kritiek, ervaart Pilon. “Wij zullen daar niet op reageren.” Sowieso reageert hij slechts met tegenzin op de stroom berichten in binnen- en buitenlandse media over KSB.

Pilon betreurt het dat ook in Nederland een aantal mensen KSB heeft verlaten. “Maar we leggen hen niets in de weg. We dwingen niemand.”

Mout: “Het gaat me erg ter harte. Vanuit mijn eigen ervaring denk ik: Hoe kan dit?”

De getuigenissen van ex-medewerkers van KSB, waarvan er gisteren een aantal in de krant stond, heeft Pilon niet gelezen. Hij is het niet van plan ook. “In het RD-artikel heb ik gelezen dat de tegenstanders niet kunnen ontkennen dat er een werk Gods op Kwa Sizabantu gaande is. Daar ben ik dankbaar voor.”

De KSB-voorzitter bezocht onlangs nog de zendingspost in KwaZulu/Natal. “De prediking heeft zich daar verdiept, Gods Geest is er werkzaam op een manier zoals ik die nog niet eerder had vastgesteld. Voor mij is dan de zaak: Ik wil aan Gods kant staan.”

Overtrokken

Mout las op internet wel enkele kritische stukken. “Het is net alsof de kritiek van vele jaren is opgespaard en nu overtrokken naar buiten komt.”

Mag je kritische stukken lezen? Op een speciale bijeenkomst eind vorig jaar op Urk bezwoer Erlo Stegen de mensen die artikelen niet te lezen. Letterlijk zei hij: “Als mensen hier in Nederland naar zulke mensen horen, is het voor de duivel het geringste het werk hier te verwoesten.”

Mout: “Ik kan me niet herinneren dat hij het gezegd heeft. Maar Erlo zal bedoeld hebben dat als je luistert naar die getuigenissen, als je ze aanneemt en gelooft dat het de waarheid is, dan zal het voor de duivel gemakkelijk zijn Gods werk kapot te maken. Ik weet zeker dat Erlo het genuanceerd gezegd heeft.”

Pilon: “Ik ken Erlo persoonlijk goed. Hij is de nederigste, barmhartigste man die ik ooit heb ontmoet. Op de kansel kan hij overkomen als een leeuw, maar in de dagelijkse omgang is hij de nederigste en zachtmoedigste man, dan is hij als een lam. Hij is geen dictator die mensen aan zich bindt.”

En als er nu tóch iets waars zit in de getuigenissen van vooraanstaande KSB-medewerkers, die ook nog op een aantal punten met elkaar overeenstemmen?

Pilon: “Ik kan me het niet voorstellen. Maar kijk naar de vrucht. Er is op de zendingspost een nieuwe generatie opgestaan, mensen van rond de twintig jaar, die vol bezieling en vuur het werk uitdragen. En wij gaan door, met wie we samen kunnen staan, om het Evangelie van Jezus Christus uit te dragen en mensen de weg tot het leven te wijzen.”

© Reformatorisch Dagblad, alle rechten voorbehouden