Categories
Berichten @NL

Kwasizabantu past goed in de pinksterbeweging

Rosenthal schrijft boek over theologie van de ervaring

Van onze kerkredactie

BIELEFELD – De theologie van Kwa Sizabantu (KSB), het zendingswerk van Erlo Stegen, past goed in de pinksterbeweging. Tot deze conclusie komt Joachim Rosenthal in zijn boek “Kwasizabantu”, dat onlangs het licht zag. Volgens Rosenthal, die zich baseert op boeken die KSB steunen, rust de opwekkingsprediking van Stegen op een „theologie van de ervaring.” Daarmee voltrok zich echter een „geestelijke catastrofe.” „De blikrichting verschoof van Christus naar de gelovige en zijn gevoel.”

Rosenthal, voorganger van een vergadering van gelovigen in Schwäbisch Gmünd, schreef het Duitstalige boek “Kwasizabantu; Erlo Stegen en de opwekking onder de zoeloes” (uitg. CLV, Bielefeld) op grond van de bijbelse oproep om de „geesten te beproeven of ze uit God zijn” (1 Johannes 4:1). Volgens Rosenthal zijn ook christenen „verleid, omdat ze het niet nodig vonden zich goed te laten informeren of de geesten te beproeven.” Het gevaar van verleiding is des te groter omdat ze „als ze zich voordoet altijd een uiterst aangename en vroom schijnende kant heeft.” Verleiding ligt vaak ook dicht bij bedrog, waardoor ze moeilijk te herkennen is. Rosenthal wijst in dit verband op Simon de tovenaar (Handelingen 8) en de Galaten over wie Paulus schreef dat ze „betoverd” waren door dwaalleraren.

Het kost de christelijke gemeente echter blijkbaar steeds moeite om het wezen van een bijbelse leer vast te stellen, „omdat het geestelijk gehalte van de gemeente van Jezus Christus in recordtempo teruguitgaat”, schrijft Rosenthal.

Ontevreden
Rosenthal vindt het opvallend dat Erlo Stegen ontevreden was over de resultaten van zijn evangelisatiewerk in Zuid-Afrika in de jaren zestig. Hij verlangde naar meer, naar een herhaling van het wonder van Pinksteren, en dat onder zijn bediening.

Door bijzondere inspanningen wilde Erlo een geestelijke opwekking „afdwingen”, zo schreef Stegens vriend dr. Kurt Koch later. „Bij Stegen behoort een doorbraak niet meer tot het soevereine gebied van God, maar is het een menselijke aangelegenheid”, concludeert Rosenthal.

Daarmee komen we op gevaarlijk terrein, vindt de schrijver. „Als de christenen niet meer tevreden zijn met het verlossingswerk van Jezus en de rechtvaardiging door het geloof, maar méér willen, dan wekt dat de toorn van God op. God geeft wel meer, maar dat betekent juist Zijn gericht.” Rosenthal wijst in dit verband op 2 Thessalonicenzen 2:9-10.

Positiever
Stegens houding ten opzichte van de pinksterbeweging is in de loop van de tijden veel positiever geworden, stelt Rosenthal op grond van uitspraken van Stegen zelf. Tongentaal, tekenen, wonderen en visioenen kunnen op waardering van de kant van de zendeling rekenen. Visioenen als openbaringsmiddel hebben zelfs een belangrijke plaats in het zendingswerk van Erlo Stegen gekregen. Vooral de visioenen van de zoeloevrouw Hilda en haar dochter Lydia Dube zijn bepalend geworden voor het beleid van KSB.

„Hier ligt”, oordeelt Rosenthal, „de centrale vergissing van de pinksterbeweging die buiten het Woord van God nog andere openbaringsbronnen erkent en deze in veel gevallen voorrang geeft boven het Woord Gods.” Hij houdt er zelfs ernstige rekening mee dat KSB via de visioenen en trances van de Dubes door occultisme en spiritisme is beïnvloed.

Desondanks doet KSB zich anticharismatisch en nuchter voor. Er zijn ook verschillen met de pinksterbeweging geeft de auteur toe. Maar de grondtrek, de overmatige nadruk op ervaring ten koste van het Woord, hebben de pinksterbeweging en KSB gemeenschappelijke.

Zonder zonde
De pinksterbeweging, die begin deze eeuw ontstond, greep terug op de heiligingsbeweging van onder anderen John Wesley, Finney en Moody. Een rode draad door deze beweging is de wens om heilig en zonder zonde te leven.

Dit verklaart ook dat Stegen in zijn preken voortdurend wijst op concrete zonden. Rosenthal vindt het in dit verband wel een probleem dat de zondeprediking van KSB zich zo vaak beperkt tot morele en zedelijke kwesties. „Dat maakt blind voor de eigenlijke zonde, namelijk het ontbreken van vertrouwen in Jezus Christus en Zijn unieke verlossingswerk.”

Kenmerken voor de opwekkingsprediking van Stegen zijn volgens Rosenthal een „overluide stem, tot aan brullen toe, massieve geestelijke druk door het overbenadrukken van zonde bij een gelijktijdig tekortschietende leer van de rechtvaardiging en de verlossing door het geloof in Jezus Christus.”

In feite, stelt de auteur, is Stegens prediking een vorm van manipulatie. „De grondtoon luidt altijd weer: U ontbreekt iets! U hebt meer nodig! Wij kunnen het u verschaffen.” Dit is, schrijft Rosenthal, „naar zijn wezen niet het werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest leidt altijd naar Christus.”